Blog
  • https://huisartskrimpen.nl/wp-content/uploads/2021/01/vaccinatiestrategie-roadmap.jpg
Terug naar Nieuws

Coronavaccinatie: gezondheidswinst

De eerste zorgmedewerkers zijn gevaccineerd met het BioNTech/Pfizer vaccin. Zodra het Moderna-vaccin of het AstraZenica-vaccin beschikbaar is in Nederland, kunnen ook huisartsen aan de slag. Het maken van de keuzes in het vaccinatiebeleid blijkt tot nu toe voor VWS een hele puzzel te zijn. De berichten daarover wisselen per dag: hoe kan men de vaccins zo inzetten dat deze zo veel mogelijk gezondheidswinst geven en hoe blijft tegelijk de zorg voldoende overeind om alle mensen die zorg nodig hebben te kunnen bedienen? Het tempo waarin gevaccineerd kan worden is afhankelijk van de levering(en) van de vaccins die we in Nederland krijgen. Daarnaast moeten bepaalde strategische keuzes nog gemaakt worden, wat het allemaal niet gemakkelijker maakt voor de huisartspraktijk om een eenduidige werkwijze te garanderen.

Dit betekent in ieder geval dat we bij aanvang van de vaccinaties te maken hebben met schaarste van de (Moderna) vaccins. Beroepsorganisaties zijn dagelijks (in overleg met VWS en RIVM) bezig om te zorgen dat de vaccinatie door de huisarts zo efficiënt en werkbaar mogelijk zal kunnen verlopen. 

Gemaakte keuzes op basis van gezondheidswinst
Een beknopte toelichting op het gekozen overheidsbeleid: de meeste gezondheidswinst (het redden van levensjaren) wordt bereikt door het vaccineren van de ouderen in onze samenleving, omdat de kans op sterfte ten gevolge van COVID-19 duidelijk toeneemt met de leeftijd. De hoogste mortaliteit wordt gezien bij de ‘oudste ouderen’. Het mRNA vaccin BioNTech/Pfizer blijkt boven verwachting goed effectief bij ouderen. Vandaar dat de Gezondheidsraad aandringt op het met voorrang vaccineren van de ouderen in onze samenleving met het BioNTech/Pfizer vaccin (te beginnen met de alleroudsten).

Het had ieders voorkeur om het BioNTech/Pfizer vaccin in te zetten voor het vaccineren van de ouderen in de huisartsenpraktijk. Dit blijkt helaas niet haalbaar. Het gebruik van dit vaccin is aan strikte voorschriften gebonden. Na het ontdooien van dit vaccin resteert nog 120 uur om te vaccineren. Het herpakken in kleinere porties dan 995 vaccins en het vervoeren van de vaccins naar de huisartsenpraktijken maakt de resterende tijd in de koelkast te kort en is een te kwetsbaar proces.

De verwachting is dat het andere mRNA vaccin Moderna, eveneens effectief zal zijn bij ouderen. De EMA heeft dit vaccin op dinsdag 6 januari goedgekeurd. Van dit vaccin wordt echter – zoals het er nu uitziet – veel minder geleverd en het zou dan bijvoorbeeld gereserveerd moeten worden voor diegenen die zich echt niet naar de GGD-vaccinatielocaties kunnen begeven.

Groepen die door huisartsen worden gevaccineerd
Volgens de huidige planning starten huisartsen met het vaccineren van de volgende groepen (Moderna vaccin):

  • bewoners van (kleinschalige) woonvormen voor ouderen en mensen met een verstandelijke beperkingen in een instelling die niet door de instelling zelf gevaccineerd worden
  • huisartsen en medewerkers huisartspraktijken
  • niet-mobiele thuiswonenden van 60 jaar en ouder 

De verwachting is dat er in het eerste kwartaal ook duidelijkheid zal komen over de registratie en toelating van het Oxford/Astra Zenica vaccin voor de Europese markt. Dit is geen mRNA-vaccin, maar een recombinant vector vaccin, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ongevaarlijk adenovirus, dat erfelijke informatie bevat voor een SARS-CoV-2 eiwit. Met dit vaccin kunnen patiënten worden gevaccineerd met een medische indicatie, jonger dan 60 jaar.

De huidige planning is dus gebaseerd op verwachtingen/aannames van vaccinleveringen, die mogelijk bijgesteld moeten worden.

Written by Kees van Dalsen

Comments are closed.